BobHoogendoorn

Songteksten

Voetstappen op de gang

Ze is pas zes, haar vlechtjes dansen in de wind,
Glanzende oogjes kijken blij in het rond.
Dat stralend gezicht, typisch een onbezorgd kind
Vriendelijke rimpels rond haar lachende mond.

Ze is pas twaalf, haar lieve ogen zijn glazig en dof,
Verborgen achter een wat breekbare lach.
Het onrecht van toen, dat haar jaren geleden trof,
Voor haar de harde realiteit tot aan deze dag.

Voetstappen op de gang, maken haar zo klein en bang.
Het bed een stil gevecht, geen gedachte, dit is echt.
En ze laat zich vliegen, als was ze er zelf niet meer bij,
Een stem in de verte, lieve schat je maakt me zo blij.

Ze is al dertig, en heeft haar dochtertje op schoot,
Mam wie is die meneer die op deze foto staat?
Lieve meid dat is je opa die is al heel lang dood,
Gevoelens komen boven tussen schuld, liefde en Haat.

Voetstappen op de gang, maken haar zo klein en bang.
Het bed een stil gevecht, geen gedachte, dit is echt.
En ze laat zich vliegen, als was ze er zelf niet meer bij,
Een stem in de verte, lieve schat je maakt me zo blij.

Voetstappen op de gang, maken haar zo klein en bang,
Het bed een stil gevecht, geen gedachte, dit is echt.
Gebroken en alleen, kijkt ze verslagen om zich heen,
Geknakt als breekbaar riet,
verstopt ze al een leven lang haar verdriet.


Tekst: B.Hoogendoorn
Muziek: B.Hoogendoorn
p&c 2003 Bob Hoogendoorn producties

En de camera's

Niemand weet hoe hij heet,
Niemand weet wat hij deed,
Niemand die zijn gezicht heeft onthouden.

Niemand weet waarom hij,
Gedwongen kwam hij erbij,
Kindsoldaat kon jij niemand vertrouwen.

En de camera’s zijn gericht op een moeder.
Een vrouw die zonder kind verder zal gaan.
En haar tranen verschroeien in de droogte,
In dat land zo ver hier vandaan.
En de mensen zappen verder van kanaal naar kanaal.
Wie staat er nog stil bij dat kind.
Eindeloos herhaald in het laatste journaal.

Niemand zag toen zijn blik,
Niemand gaf er een kik.
Een valse glimlach bij elke moord.

Had hij echt geen gevoel,
Geen leven geen doel.
Zijn kreet om hulp werd door ons niet gehoord.

En de camera’s zijn gericht op een moeder.
Een vrouw die zonder kind verder zal gaan.
En haar tranen verschroeien in de droogte,
In dat land zo ver hier vandaan.
En de mensen zappen verder van kanaal naar kanaal.
Wie staat er nog stil bij dat kind.
Eindeloos herhaald in het laatste journaal.


Tekst: B.Hoogendoorn
Muziek: B.Hoogendoorn/R.v.Wegberg
p&c 2004 Bob Hoogendoorn producties

Schim in de schaduw

Een zee van druppels regen valt neer over de stad,
Alleen een man loopt door de uitgestorven straten.
De wind waait alsmaar harder, zijn haren worden nat.
Op de vlucht, ver weg van alles wat hij heeft verlaten.

Een reis van vier maanden heeft hij achter de rug,
Vele plaatsen waren blijkbaar voor hem te klein.
Mensen met hun bekrompenheid, zo hard en stug,
Nergens had hij het gevoel echt welkom te zijn.

Een schim in de schaduw, meer mocht hij niet zijn.
Kon er niemand voelen, zijn eenzaamheid en pijn.
Een schim in de schaduw, is dat alles wat hij was.
Opgejaagd tot het stukje krant, dat ik vanmorgen las.
Een schim in de schaduw, nergens kon hij heen
Legaal door ons verstoten, stil overleden en alleen.

Een zee van druppels regen valt neer over de stad,
Alleen een vluchteling ligt als een stilleven op straat.
Mensen lopen schichtig langs, hun blikken kil en mat,
Het geluid van sirene’s schudt ze wakker, maar te laat.

Een schim in de schaduw, meer mocht hij niet zijn.
Kon er niemand voelen, zijn eenzaamheid en pijn.
Een schim in de schaduw, is dat alles wat hij was.
Opgejaagd tot het stukje krant, dat ik vanmorgen las.
Een schim in de schaduw, nergens kon hij heen
Legaal door ons verstoten, stil overleden en alleen.

Tekst: B.Hoogendoorn
Muziek: B.Hoogendoorn
p&c 2003 Bob Hoogendoorn producties

Dat geeft me de kracht

Mijn wereld draait door, ook na wat ik verloor.
Nee het leven verloopt niet zoals ik had bedacht.
Roddel en achterklap, maken mij bang en slap.
Soms denk ik dat ik er per direct maar mee stop.
Maar dan denk ik aan jou, waar ik zo van hou.

En dat geeft me de kracht, waarop ik heb gewacht.
En dat geeft me de moed, om dwars door alles te gaan.
En ik krijg dan weer zin, ik stap het leven weer in.
Door die kracht kan ik mezelf en heel het leven weer aan.

Ook in ieder getij, ben jij alles voor mij.
Als ik denk aan jouw lach, dan maakt dat alles weer goed.
Ieder heeft wel zo’n dag, waarop niets lukt of mag.
Dan weet ik het niet meer en kijk maar stil naar de grond.
De wereld lijkt dan zo grauw, maar dan denk ik aan jou.

En dat geeft me de kracht, waarop ik heb gewacht.
En dat geeft me de moed, om dwars door alles te gaan.
En ik krijg dan weer zin, ik stap het leven weer in.
Door die kracht kan ik mezelf en heel het leven weer aan.

En dat geeft me de kracht, waarop ik heb gewacht.
En dat geeft me de moed, om dwars door alles te gaan.
En ik krijg dan weer zin, ik stap het leven weer in.
Door die kracht kan ik mezelf en heel het leven weer aan.


Tekst: B.Hoogendoorn
Muziek: P.Graczyk/R.Colombies
p&c 2004 Bob Hoogendoorn producties

Verlangend naar liefde

Voor altijd en eeuwig, blijven wij bij elkaar.
Als de zee en het zand, jouw hand in mijn hand.
Geklonken als een rots van steen.

Voor altijd en eeuwig, doorgaan samen met jou.
Door de regen en wind, al wat ik vind.
Is samenzijn en nooit meer alleen.

Verlangend naar liefde, kom jij dichterbij.
Ik zoek naar jouw ogen, wat zeggen ze mij.
Verlangend naar leven, dicht tegen elkaar.
Wat wij hebben dat blijft bestaan.

Verlangend naar liefde, kom jij dichterbij.
Ik zoek naar jouw ogen, wat zeggen ze mij.
Verlangend naar leven, dicht tegen elkaar, elkaar.

Voor nu en voor morgen, nooit meer zo ver weg.
Omdat ik je vertrouw, en zo van je hou.
Als een lichtje in de donkere nacht.

Als dagen en nachten, zijn wij steeds samen een.
Ook toen en vandaag, al wat ik je nu vraag.
Is blijven en nooit meer te gaan.

Verlangend naar liefde, kom jij dichterbij.
Ik zoek naar jouw ogen, wat zeggen ze mij.
Verlangend naar leven, dicht tegen elkaar.
Wat wij hebben blijft altijd bestaan.

Verlangend naar liefde, kom jij dichterbij.
Ik zoek naar jouw ogen, wat zeggen ze mij.
Verlangend naar leven, dicht tegen elkaar, elkaar


Tekst: B.Hoogendoorn
Muziek: D.Zschech
p&c 2003 Bob Hoogendoorn producties

Tranen in Rio

                            

In Rio de Janairo kan met feesten,

Een bonte stoet van mensen trekt voorbij.

Ik genoot van al die vrolijke gezichten,

Ellende leek ver weg maar was dichtbij.

Plotseling zag ik een kleine jongen,

Op blote voeten en smeer in zijn gezicht.

Hij keek bang en vragend naar mijn handen,

Stond daar maar, zijn oogjes half dicht. 

Tranen, niet weten waar te slapen tot de morgen.

Tranen, zonder dat er iemand op hem wacht.

Tranen, elke dag die strijd te overleven.

Tranen, als enig lichtpunt de dealer in de nacht.

Terug in mijn hotel kon ik niet slapen,

Trok mijn jas aan en ging naar hem op zoek.

Wat straten verder had ik hem gevonden.

Tussen afval in een oud versleten doek.

Tranen, niet weten waar te slapen tot de morgen.

Tranen, zonder dat er iemand op hem wacht.

Tranen, elke dag die strijd te overleven.

Tranen, als enig lichtpunt de dealer in de nacht.

 Tranen, dat jij geen kracht meer had te blijven leven.

Tranen, de spuit die was gebruikt lag nog op straat.

Tranen, had niets jou nog wat hoop kunnen geven. Tranen, alle hulp voor jou kwam veel te laat.

Tekst: B.Hoogendoorn
p&c 1999 Bob Hoogendoorn producties

Ver van huis en haard verdreven.

Zonder enig oponthoud komt hij in ons land aan.

Twee weken op die grote boot.

Het is een zware tocht geweest, met golven metershoog.

Veel van de vluchtelingen zijn dood.

 Ver van huis en haard verdreven,

Zoekt een man naar nieuw geluk.

In zijn land viel niet te leven,

Gezin vermoord, zijn leven stuk.

En hij laat zijn tranen komen,

Denkt aan wie hij daar verloor.

Vaak ziet hij ze in zijn dromen,

Vrouw en kind leven daar door. 

Twee mannen in uniform nemen hem hardhandig mee,

Dwingen hem in een kleine koude cel.

Hij is gevlucht om eindelijk vrij te kunnen zijn,

Maar beseffen zij dat eigenlijk wel?

Ver van huis en haard verdreven,

Zoekt een man naar nieuw geluk.

In zijn land viel niet te leven,

Gezin vermoord, zijn leven stuk.

En hij laat zijn tranen komen,

Denkt aan wie hij daar verloor.

Vaak ziet hij ze in zijn dromen,

Vrouw en kind leven daar door. 

Ver van huis en haard verdreven,

Zoekt een man naar nieuw geluk.

In zijn land viel niet te leven,

Gezin vermoord, zijn leven stuk.

En hij laat zijn tranen komen,

Denkt aan wie hij daar verloor.

Vaak ziet hij ze in zijn dromen.

Tekst: B.Hoogendoorn
p&c 2001 Bob Hoogendoorn producties